MIJN REISVERHAAL ...Drugskoerier tegen wil en dank.
Of hoe een langverwachte vakantie bijna een nachtmerrie werd.
Eindelijk werd een oude droom werkelijkheid: we zouden op reis gaan naar
China. Alles was goed voorbereid. We hadden travellercheques, dollars, pillen
tegen wel honderd kwalen en kwaaltjes, een reservebril en een zwitsers zakmes,
niets ontbrak. Hoe meer de datum van afreis naderde hoe zenuwachtiger we werden.
Het hek was echter helemaal van de dam toen in Peking opstand uitbrak: "
Tian An Men plein, 1989 ". Twee weken vóór afreis moesten we onze trip
annuleren. Onze verlofdagen waren geregeld, en daar we absoluut geen zin hadden
om thuis te blijven ging mijn man naar het reisbureau een andere reisbestemming
boeken. Het werd Noord Yemen. Op minder dan veertien dagen tijd de knop in mijn
hoofd omdraaien naar een totaal andere bestemming was geen sinecure. In plaats
van tempels en de Lange Muur zou ik moskeeën, woestijnen en gesluierde vrouwen
moeten fotograferen. Maar aangezien thuisblijven geen optie was vertrokken mijn
man, onze zoon en ik in een klein groepje van twaalf personen naar het land die
de uitvinding van appartementsgebouwen op zijn palmares heeft.
Eens aangekomen in de luchthaven van Sana'a hadden we ogen te kort. Alles
werd zowat het land binnengebracht: TV toestellen, wasmachines, computers, tot
grote potten honing toe. Iemand had de flessen een beetje te hardhandig
verplaatst. De helft ervan was gebroken. Gevolg was dat de vloer van de halve
luchthaven verdwenen was onder een dikke, kleverige, en bovendien gevaarlijk
glibberige brij mede. Tafels, stoelen, dampkappen, àlles passeerde voor onze
verwonderde ogen. Alles, behalve onze rugzakken. Geen geluk, we mochten 's
anderendaags terugkomen. De volgende dag, de volgend week hadden we nog geen
succes: sorry, het was ramadam, én vakantie. De persoon die instond voor de
verloren bagage zou pas twee weken later terugkomen. De anderen in onze groep
hadden wél hun bagage en ridderlijk verdeelden ze kousen, handdoeken en
onderbroekjes. De rondreis verliep vermoeiend, maar vlekkeloos. Yemen is een
fantastisch land dat een avontuurlijk ingestelde reiziger veel te bieden heeft.
We dachten dat de problemen voorbij waren tot we besloten om een uitstap naar
Sa'ada te maken. Het dorp ligt vijf uren rijden met een jeep hoog op een berg.
Een oninneembare vesting voor vijandelijke troepen. En wij zouden het geweten
hebben! Onze auto was geen 4X4, bijgevolg viel hij voortdurend stil op de steile
hellingen. Om dan weer in gang te geraken liet de chauffeur de wagen een klein
eindje achteruit bollen en startte dan opnieuw. Er was helemaal geen asfalt of
iets dergelijks, alleen maar een verhard pad waarop een massa kleine en grote
stenen her en der rondgestrooid lagen. De banden van de wagen hadden geen
profiel meer en de auto slipte van het ene putje in het andere. In het begin
genoot ik van de onherbergzame en toch fascinerende omgeving. Maar een paar uren
later waren we al een tiental verongelukte autowrakken gepasseerd. Ik zag mezelf
al in onze krant staan: "Vlaamse familie neergestort in de bergen van
Yemen". Ik zei tegen mijn man dat het beter zou zijn om uit te stappen om
de rest van de tocht te voet af te leggen. Hij vond dat geen slecht idee. Onze
chauffeur was minder enthousiast. Het was nog minstens vier uren lopen vertelde
hij ons. Geen probleem. We hebben wandelbenen. Het was wel een héle stijle
wandeling. We hadden minder last van de hitte en de vermoeidheid, het échte
probleem was dat we in onze overmoed vergeten waren water mee te nemen. Nergens
was een huis te zien, en we kwamen ook niemand tegen die onze dorst kon lessen.
Meer dood dan levend arriveerden we vele uren later aan onze bestemming. Een
prachtig dorp, met overgetelijke vergezichten en een pittoresk bruggetje dat
twee berghellingen met elkaar verbindt deed ons vlug de doorstane emotie
vergeten.
We verbleven bij een familie waar twee kamers, zonder bed maar met tapijten
op de grond, waren ingericht om ons te slapen te leggen. Na een
avondwandelingetje gingen mijn man, onze zoon en ik moe maar tevreden rusten in
onze alkoof van 4m2. In het midden van de nacht werd mijn man ziek. Hoge koorts,
ijlen en diaree. Wat erger was: iedere keer wanneer hij in slaap viel leek het
wel alsof hij vergat adem te halen. Later hoorde ik dat dat een vorm van apneu
was, toen had ik daar nog nooit van gehoord. Ik was vréselijk bang dat hij op
een keer geen adem meer zou halen. Ik hield de hele nacht de wacht. Ik moest hem
constant een duwtje geven om hem te laten beseffen dat hij moest ademen. In het
midden van de nacht stak een helse storm op. Ik opende het piepkleine venstertje
en de deur. Zodoende kwam er heel veel zuurstof naar binnen. Ik zag aan mijn man
dat dat hem goed deed. De volgende ochtend was hij al iets beter, maar zeker
niet in staat om te reizen. Ik kon de groep overtuigen verder te trekken. We
zouden ons er wel doorheen slaan. We spraken af dat we, zodra het mogelijk zou
zijn de groep zouden volgen. Met tranen in de ogen en een klein hart zag ik hen
vertrekken. Enkele uren later kreeg mijn man opnieuw heel veel koorts. Ook mijn
zoon werd ziek. Dezelfde symptomen. Ik trok alleen het dorp in om een arts te
zoeken. Niets. Er waren geen toeristen, en niemand die een andere taal sprak dan
Arabisch. Ik probeerde dan maar zélf doktertje te spelen. Ik had een
breedspectrum antibiotica mee en deelde die uit . Ik dacht aan die goede
verzekering die we hadden. Maar wat waren we daarmee? In het dorp was geen
electriciteit en de eerste telefooncel bevond zich op zo'n 7 uur rijden. Ik
moest een keuze maken: ofwel liet ik mijn twee mannen hulpeloos en ziek achter
en ging telefoneren, ofwel bleef ik bij hen en hoopte het beste. Ik koos voor
het tweede. Ik overschouwde de situatie: ik vond dat ik àlles geprobeerd had om
hen te helpen, de rest zou vanzelf moeten beteren. Ik durfde het niet aan om hen
achter te laten, wie weet in wat voor toestand ik hen zou terugzien. De hele dag
lagen ze te baden in het zweet. Ik bette hun voorhoofd met water, gaf ze slappe
thee te drinken en nam om het uur hun koorts. Ik had het idee dat ze een beetje
beter waren dan de dag voordien. Tóch was ik érg bang voor de komende nacht.
Ik nam me voor om de volgende morgen bij het eerste gebed van de muezzin op pad
te gaan om vervoer naar de hoofdstad te zoeken. Een nacht duurt lang wanneer je
ongerust naar de adem van twee geliefde zieken ligt te luisteren. Eindelijk
hoorde ik de heilige man de gelovigen oproepen tot het morgengebed. Ik trok vlug
een sjaal over mijn hoofd want die was absoluut nodig. De vorige dag had men al
stenen naar mijn hoofd gegooid omdat een vrouw niet zomaar ongestraft alleen en
ongesluierd de straat op kan in Yemen. Ik klopte aan iedere deur. Hier en daar
werd er één angstvallig geopend. Met enkele woorden die ik ondertussen geleerd
had en met veel handgebaren probeerde ik te vertellen dat ik vervoer zocht naar
de hoofdstad. Een half uur later had ik eindelijk iemand bereid gevonden. Een
grote, baardige kerel wou ons voor een groot pak briefjes wel meenemen. Ik rende
als een hazewind terug naar onze verblijfplaats. Gooide al onze bagage in onze
rugzakken, betaalde onze gastvrouw en duwde mijn familieleden de straat op. Een
half uur later vertrok de pickup. Ik had moeten vechten om voor mijn man en zoon
een plaatsje te bekomen vóórin de wagen. Ik moest genoegen nemen met de
laadbak. Eventjes dacht ik aan de gevaarlijke berghellingen. Ik overtuigde
mezelf dat het niet het moment was om kinderachtig te zijn. We moesten zo vlug
mogelijk naar de hoofdstad!
We waren nog maar net vertrokken of ik stelde tot mijn grote schrik vast dat
de auto de verkeerde kant opreed. Ik klopte op het venstertje en riep, een
beetje in paniek toch wel : "Sana'a, SANA'A ! ! ". De man knikte maar
bleef in dezelfde richting rijden. Ik dacht: nu gaat hij ons ergens in de
woestijn droppen, ons geld afnemen en ons voor dood achterlaten. Ik begon al een
beetje te berusten. Ook al omdat ik nog weinig energie had na dagen en nachten
waken en omdat ik geen mogelijkheid zag hoe ik dat nieuwe probleem moest
oplossen. Mijn twee mannen zaten er maar wat apatisch bij, zodat ik aan hen ook
niet heel veel had. Ik was al blij dat ze wakker waren en dat de koorts een
beetje gezakt was. Na een kwartiertje rijden stopte de auto. Onze chauffeur
toeterde uit alle macht. Even later kwamen er donkere, bebaarde mannen met
blinkende Kalashnikovs van alle kanten op onze wagen afgestrompeld. Ze hadden
grote zware zakken volgeladen met "qat" op de rug. De plaatselijke
drug "qat" wordt daar nog door alle mannen dagelijks gekauwd. Ik
begreep er niets meer van. De bestuurder van onze 4X4 haalde dikke pakken
stinkend geld uit zijn binnenzak, betaalde de mannen en gooide de zakken naast
mij in de laadbak van de auto. De mannen vielen elkaar hartstochtelijk in de
armen. Ik tikte zenuwachtig op mijn uurwerk om de man te laten zien dat ik weg
wou. Maar ja, een vrouw heeft maar weinig te vertellen in een Arabisch land. Hij
was zeker niet van plan om zich op te jagen.
Eindelijk vertrokken we, nog altijd in een andere richting dan die welke we
gekomen waren. Plotseling zagen we in de verte enkele huizen. Alweer zorgde het
toeteren er voor dat mensen naar ons kwamen toegelopen. Nu echter was het niet
om qat te vérkopen maar wél om het verdovende goedje te kópen. Plotseling had
ik het door: wij waren op weg met de plaatselijke ijskar, met dat verschil dat
hier geen ijs maar wél drugs verkocht werden. Toen iedereen zijn inkopen gedaan
had vertrok ons wagentje weer. Enkele kilometers verder hetzelfde scenario:
toeteren, met geld zwaaien, elkaar kussen en vertrekken met zakken vol qat. Toen
de zon haar laatste gouden stralen over de steenwoestijn stuurde kwamen we
eindelijk aan onderaan de berg. De bestuurder van onze pickup maande ons aan om
uit te stappen. Hier zouden we ander vervoer moeten vinden om ons naar de
hoofdstad te brengen, nog amper vijf uur rijden. Het duurde lang, véél te
lang, als vrouw liften in een Arabisch land is geen lucratieve bezigheid.
Eindelijk stopte dan toch een medelijdend iemand. Midden in de nacht arriveerden
we in het hotel waar ook de anderen van onze groep verbleven. Ze waren blij ons
terug te zien, maar ver van zo gelukkig ík was om hén opnieuw te treffen. Ik
was gerust, nu zou alles goed gaan. Ik was alleen maar moe, vréselijk moe. Mijn
man en zoon waren al veel beter. De koorts was bijna helemaal weg. We zouden
twee dagen later naar huis gaan, zo lang konden ze nog wel wachten op een
dokter. Ik legde mij in bed en heb twee dagen geslapen, Marc en Bart
achterlatend onder de goede zorgen van de groep. Thuisgekomen hadden we sterke
verhalen om te vertellen en de geelzucht die we enkele weken later er nog gratis
bijkregen maakte van onze tocht naar Yemen een "onvergelijke reis" !
Reisverhaal: Drugskoerier tegen wil en dank.
- Femistyle |