Stuur deze pagina naar een vriend(in)


MIJN REISVERHAAL ...

Sevilla

1. Survival in the city.

Voor Sevilla, zoals voor alle steden, moet je de nodige tijd nemen. Een stad leer je immers niet kennen door alleen maar de monumenten plat te lopen en het nachtleven in te duiken. Het eerste leert je het verre verleden kennen, het tweede geeft je hooguit een idee van de zeer nabije toekomst (the morning after … ). Beiden maken weliswaar deel uit van de stad, maar een paar dagen extra laten de bezoeker toe om het dagelijkse leven van de bewoners vanuit verschillende invalshoeken gade te slaan. Een stad moet je niet alleen zien, maar ook voelen, proeven, horen en ruiken.

De geurindruk van Sevilla is voor mij onafscheidelijk verbonden met urine, javel, goedkope parfums, uitlaatgassen en eten in alle mogelijke zuiderse vormen. Het duurt elke ochtend tot een uur of tien vooraleer de javel alle urinesporen uit de straten heeft verdreven. Ik weet het niet zeker, maar het lijkt er sterk op, dat in de bakermat van het stierengevecht de mannen in het donker hun plas niet kunnen ophouden. Het is een gegeven dat je de eerste twee dagen opvalt, de volgende twee ergert, maar daarna vervaagt de waarneming en maakt plaats voor de volgende geursensatie. Sevilla gaat namelijk zwaar geparfumeerd door het stadsleven. De reukwaren zijn onveranderlijk zoet en allesoverheersend. De jasmijn-, sandelhout-, muskus- en rozengeuren vormen dikke, ondoordringbare aureolen die, lang nadat de drager ervan in de massa is verdwenen, met hun meteorietachtige staarten in je gezicht slaan tot je er wee van wordt. Wat voor de voorbijganger geen onverdeeld genoegen is, is voor de eigenaar van de wolk waarschijnlijk het enige verweer tegen de massa uitlaatgassen van de tientallen bussen, de honderden (duizenden ?) taxi's en de eeuwig naar parkeerplaatsen zoekende auto's. De kortste weg tussen A en B is voor de Sevillano de rijweg, basta. Dat A slechts 500m van B ligt, en de dichtstbijzijnde parkeerplaats 1,5km verder, doet hier niets terzake.

Na een halve week leer je de stad en de dag ook indelen volgens de etensluchtjes die je tegemoet komen. Morning in the city ruikt naar gefrituurd beignetdeeg (churro's) en oneetbaar zoete chocoladesaus. Mengen zich daar de aroma's van dagverse groenten, fruit en vis tussen, dan ben je in de buurt van de mercado, de overdekte markt, waar de uitgestalde waar je het water in de mond doet lopen. Rond elf uur wordt al het voorgaande verdrongen door olijven met look, bonen met look, kip met look, worst met look, vis met look, brood met look, in olie gemarineerde looktenen, lookvingers, lookadem … De enig denkbare verdediging is : join in, this is tapa time, phase 1. Spoel door met koele jerez-wijn, een cervesa of vers-geperste zumo. Wat de Sevillano tussen 1 en 3 's middags eet, blijft voor de toerist zedig verborgen, maar dat ook nu olijfolie en look er een substantieel onderdeel van uitmaken, mag wel duidelijk zijn. De siësta dient dus niet alleen om de hitte te ontwijken, maar moet ook al dit geweld helpen verwerken. Het hele geurscenario begint zich vanaf een uur of vier te herhalen en wordt slechts door een korte nacht onderbroken. Als buitenstaander kan je de churro's vermijden door een meer vertrouwd uitziende koffiekoek te kiezen, maar wees gewaarschuwd : in één zo'n versnapering zit voldoende suiker om een konijnendarm van ver voor de maag tot drie meter achter het beest dicht te plakken. Het veiligste ontbijt is nog een tostado met boter of een bocadillo met kaas en/of ham. Jamón zonder meer is altijd gedroogde ham (serrano). Serrano de jabujo vraag je als je een mooie portie (50gr) van de beste serrano wil. Je wordt dan niet alleen als kenner, maar ook als big spender herkend. Wil je gekookte ham, dan vraag je -niet zelden tevergeefs- naar jamón de York. Queso staat in Andalusië vaak als zueso op de kaart en wordt vertaald als " ewe cheese ". Meestal wordt daarvoor manchego geserveerd, als tapa of dessert krijg je een portie van de oudste soort, opgelegd in olijfolie. Een lekkere belevenis, maar alweer vrij prijzig.

Wat je rond tapatijd ook aan koude dranken besteld, er komt altijd een schaaltje olijven of chips mee. Een Sevillano kan er namelijk niet met zijn verstand bij dat een mens op dit uur iets kan drinken, zonder te willen knabbelen. Bestel er op eigen initiatief een paar tapa's bij, dan zijn de anderen meteen gerustgesteld. Tapa's worden staand aan de bar gegeten. Ga er dus niet knusjes voor zitten, want dan krijg je een spervuur van meewarige blikken te doorstaan. Bega nooit de stommiteit een cocktailprikker of een servet op het schoteltje te leggen : die horen op de grond gegooid te worden. Hef bij het verlaten van het etablissement gewoon je voeten wat hoger op, dan kom je er wel doorheen. Als de klanten weg zijn halen ze er een bezem door en het circus kan opnieuw beginnen. Je neemt ook ruimschoots de tijd voor een uitgebreide babbel over een zo onbenullig mogelijk onderwerp. Heb je zelf geen gesprekspartner meegebracht, begin dan een praatje met de man achter de bar of meng je ongevraagd in een lopend gesprek. Het weer is neutraal, veilig en triviaal genoeg om een uur over door te lullen. Maak je niet druk als men je niet laat uitspreken, ga onverstoorbaar door. In Spanje gaat het om het praten, niet om het luisteren. Gezien het aantal geproduceerde decibels is het laatste -indien al mogelijk- ook niet echt raadzaam.

De hele stad is trouwens tot de nok gevuld met geluiden. Naast schertsende, scheldende, ongeduldige en bedelende stemmen heb je nog het getoeter en het hartverscheurende remmen van de auto's en het onophoudelijke galmen van ontelbare kerkklokken (1x kwart na, 2x half uur, 3x kwart voor, het aantal slagen van het uur en dan de volle laag bij elke gelegenheid die ze er tussen kunnen krijgen). Pas na enkele uren in deze heksenketel heb je in de gaten, dat de kanarievogels die hier bovenuit proberen te schetteren, eigenlijk de geluidssignalen van de verkeerslichten zijn die de blinde voetgangers naar de overkant moeten lokken. In de oudheid werden sirenezangen gebruikt, maar dit alternatief geeft een ecologisch meer verantwoorde indruk. De locals kunnen het ook niet meer aanhoren, want jong en oud loopt hier rond met een walkman. Ze nemen zelfs de oordopjes niet meer uit de oren om hun gsm te gebruiken, ze roepen gewoon wat harder.

Iedereen heeft hier een gsm. Iedereen gebruikt hem ook en het liefst doen ze dat allemaal samen.

Hallo ! Ben je daar nog ? Dan kunnen we nu Sevilla gaan bekijken.

2. De oude binnenstad.

De kerk die ze hier in het midden houden, is wat groot uitgevallen. Ze lijdt ook aan alle kwalen van haar tijd : de bombast van haar verleden en het verval van de gepollueerde tegenwoordige tijd. Zelfs als dit niet echt je cup of tea is, kan je niet ontkennen, d at ze hun best gedaan hebben. Voor liefhebbers van het genre een must, maar ondanks de aanwezigheid van het graf van Columbus verkies ik de restanten van wat eens een lieflijke appelsienentuin moet geweest zijn. Ik neem wel de kans waar om de Giralda te beklimmen. Deze klokkentoren was ooit de minaret van de vroegere moskee, die de plaats heeft moeten ruimen voor de kathedraal. Trappen moet je niet beklimmen om boven te komen. In de plaats ervan krijg je 32 hellende vlakken voorgeschoteld. In het begin een stuk comfortabeler dan honderden uitgesleten treden, maar op het einde bijten ze even hard in de kuiten. We krijgen echter wat we verdienen : een schitterend zicht op de stad. Met een stralende zon op de overwegend witte en zandkleurige gevels en een onwaarschijnlijk blauwe lucht erboven is dit meer dan één plaatje. Geheel in de traditie van het Midden-Oosten zijn de meeste huizen hier voorzien van platte daken. Ze vervangen ten dele de tuinen, die in deze over-volgebouwde stad geen plaats vonden. Patio's met azulejo's en fonteintjes voor de hete uren van de dag, dakterrasjes voor de zwoele avonden en de was.

Aan de overkant van de straat ligt de ingang van het Alcázar, het oudste koninklijke paleis ter wereld dat zijn oorspronkelijke functie behouden heeft. Dat houdt uiteraard in, dat de bovenverdieping van het hoofdgebouw niet toegankelijk is voor het publiek, want daar heeft de Spaanse koninklijke familie nog steeds haar appartementen. Daartegenover staat natuurlijk het feit, dat alles spic en span in orde is, dat de tuinen er onberispelijk bijliggen en dat de muffigheid van een echt museum ontbreekt.

Het al Casr al Mubarak (het gezegende paleis) dateert van de 9de eeuw, maar elke generatie breidde de gebouwen uit, gelukkig met voldoende respect voor de oorspronkelijke stijl om een coherent geheel te behouden. Rondzwervend door gangen en vertrekken, kan je niet om de vaststelling heen, dat het leven zich hier voor het overgrote deel buiten afspeelde, want het aantal patio's overtreft volgens mijn berekeningen rijkelijk de binnenvertrekken. De Patio van de Leeuw, de Patio van de Jongedames, de Patio van de Poppen, de Patio van de Levieten, ze lopen naadloos in elkaar over via doorgangen met sierlijke bogen en zuilengaanderijen, die met een ultiem gevoel voor verfijning en harmonie in mudéjarkantwerk werden uitgevoerd. Het aantal fonteintjes is niet bij te houden en vaak worden de aanpalende overdekte vertrekken door middel van sierlijke kanaaltjes verfrist met water dat in de volgende patio in een vijver stroomt. Water is het vloeibare goud waarmee deze stad haar koninklijke rijkdom toont. Wat in Andalusië een kostbare zeldzaamheid is, vloeit, spuit en borrelt in Sevilla tot in de nederigste wijken.

In de tuinen is februari het tijdstip om appelsienen en citroenen te oogsten. Het oogt bizar, vooral voor wie drie dagen daarvoor in winterkledij op het vliegtuig stapte. Dat de temperatuur hier ons zomergemiddelde reeds heeft overschreden, is iets waar je snel genoeg aan went, hoewel … Wie tenvolle wil genieten van de enorme tuinen, moet ervoor zorgen, tegen openingstijd aanwezig te zijn. Tegen dat de grote groepen toeristen de gebouwen hebben gezien, heb je een paar uurtjes de tijd gehad om de zonnige en schaduwrijke hoekjes en kantjes te doorsnuffelen. Zelf vonden we de toegangsprijs (omgerekend 175,- BEF) geen bezwaar om terug te komen en er nog een extra halve dag zoek te brengen.

De nauwe straatjes die zich rond deze beide bezienswaardigheden kronkelen, zijn een belevenis op zichzelf. In de barrio de Santa Cruz (de vroegere jodenwijk) staan de huizen zo dicht opeengepakt, dat de tijd er niet tussenuit kon glippen. Gevels en straatnamen vertellen verhalen van eeuwenlange gewapende vrede, afgedwongen tolerantie en streng gereglementeerd samenleven, die uiteindelijk aan reconquista en inquisitie tenonder gingen. Muzelmaanse wetenschap en kunstzin en joods vakmanschap legden de fundamenten voor een katholiek keizerrijk waar de zon nooit onderging, maar haar licht wierp op talloze ontdekkingsreizen, bloedige veroveringen en nodeloze wreedheden.

In 1929 werd in Sevilla reeds een wereldtentoonstelling gehouden, zij het enkel voor de Hispanische wereld : Spanje en zijn (ex)kolonies dus. Een bezienswaardig restant hiervan is de plaza de España. Het is een halfrond bouwsel met prachtige azulejoversieringen (voor elke grote Spaanse stad een prieeltje met schild en typisch tafereel) en zware houten plafonds. Het plein ervoor heeft in het midden -uiteraard- een grote fontein. Het is zondagsvoormiddags dé verzamelplaats voor de nogal zelfvoldane Sevillano's, op hun weg tussen de kerk en de eerste tapabar. Het krioelt er op dat moment ook van de handlezende en bloemverkopende zigeuners. Wees even vriendelijk en kordaat in het weigeren als bij de vaak opdringerige koetsiers en schoenenpoetsers in het centrum. Elke aarzeling kan het begin van een dispuut zijn en hun Spaans is meestal beter dan het jouwe. Ertegenover ligt het stemmige Maria Luisa-park, dat een zalig evenwicht biedt tussen kunstzinnige tuinaanleg en halfverwilderde begroeiïng.

In de onmiddellijke omgeving staan nog een aantal oude gebouwen, het ene al bombastischer dan het andere. Het grootste en, naar onze smaak, het elegantste is de oude tabaksfabriek, waar nu de rechtskundige en fylosofische faculteiten van de universiteit gevestigd zijn. Volgens de overlevering zou Bizet hier het verhaal van zijn Carmen gesitueerd hebben.

Het Museum voor Schone Kunsten is in een ander stadsgedeelte gevestigd. De toegang is gratis. Het toont vooral aan hoe sterk de band tussen Spanje en Vlaanderen was en is. Fluwelen Breughels en andere Van Eycken houden Murillo en Zurbarán gezelschap. Toen wij er waren keek Rodin toe en zag dat het goed was.

3. Het Sevilla van het jaar 2000.

Natuurlijk heeft Sevilla ook zijn C&A, Marks en Spencer, Mexx, MaxMara etc. Maar Sevilla heeft iets, dat wij totnogtoe in geen enkele Europese stad zo overvloedig tegenkwamen: daklozen en bedelaars. Nooit eerder werd voor ons een stadsbeeld zo sterk bepaald door mensen die langs de rand van de maatschappij naar een (over)leven zoeken. Oude én jonge mensen " wonen " in kartonnen dozen, eten en drinken uit de vuilnisbakken en bevolken overdag de winkelstraten en toeristische wijken, bedelend om wat kleingeld, dat hen de dag moet helpen doorkomen. Als bustoerist-met-gids heb je er natuurlijk niet zoveel gewetenslast van, maar wie zich in zijn eentje en te voet door de stad beweegt, krijgt het op den duur wel steeds moeilijker om nee te zeggen. En toch is dat het enig zinnige wat je kan doen. Eén aalmoes verandert niets aan het systeem, het koopt alleen een paar uur valse gemoedsrust voor de " milde schenker ". Spanje heeft op het sociale vlak nog heel veel in te halen.

Eén van de uitverkoren slaapplaatsen van deze moderne paria's is de Cartuja-wijk, waar de meeste paviljoenen van de wereldtentoonstelling 1992 staan te wachten tot iemand de deur opensteekt en het dak op zijn hoofd krijgt. Op een paar uitzonderingen na, staan deze bouwsels leeg en de hele site heeft de allures van een spookstad. Op de parking staat het onkruid hoger dan de pilonen van de kabelbaan, die de bezoekers naar de tentoonstelling moest brengen. Nochtans hadden wij de indruk, dat het merendeel van de gebouwen zich -mits een paar aanpassingen- goed zou lenen als thuisbasis voor firma's, die zich naar het buitenland willen profileren.

Het meest intrigerende gebouw dat je van in de binnenstad kan zien, is de enorme cilinder, waar het provinciebestuur gevestigd is. Niet toegankelijk voor het publiek, want zwaarder bewaakt dan het hoofdkwartier van de CIA.

Wel toegankelijk, voor wie de ingang kan vinden (bij de 3de zoektocht hadden we al prijs !) is het Spaanse paviljoen. Het is het oude Cartuja- klooster, dat zijn naam schonk aan de wijk. Van het klooster zelf resten enkel nog de kapel met een paar bijgebouwen. In de 19de eeuw werden de kloosterlingen verdreven en werd hier een tegelfabriek opgericht. De eigenaardig gevormde ovens staan als stille getuigen in het gelid en bepalen sterk de sfeer van de site. Ze zijn intussen allang afgekoeld. De recentste bouwsels dateren van de wereldtentoonstelling en zijn ultramodern. Nochtans veroorzaken zij geen breuk in het algemene beeld. Dezelfde materialen en kleuren komen steeds weer, zij het in strakkere vormen. Maar de verhoudingen zijn zo perfect, de lijnen leiden de blik langs een zo logische baan, het licht- en lijnenspel is zo subtiel en de stilte is zo volkomen, dat het niet eens opvalt, dat in dit museum voor hedendaagse kunst slechts een paar werken in een tijdelijke tentoonstelling te bezichtigen zijn. Het echte kunstwerk is het paviljoen zelf, dat terecht het thema " architectuur zonder schaduw " meekreeg. Het enige wat ons stoorde, was de té nadrukkelijke aanwezigheid van té veel bewakers, die té kort op onze hielen kwamen en té snel en opzichtig controleerden wat wij deden. Subtiliteit is niet echt aan ze besteed.

4. Eten, drinken en slapen in Sevilla.

We kozen bewust voor hotel " La Rabida " vlak bij het oude centrum (calle Castelar). Het is een pretentieloos familiehotel, nog niet besmet met de " buffetziekte ". Het is in de typische streekstijl gebouwd. De patio was wegens verbouwingswerken niet bereikbaar, maar zag er vanuit onze kamer aanlokkelijk uit. De fontein klatert dag en nacht met een fris, rustgevend geluid. De kamers zijn ruim, met een paar oubollige details, maar kraaknet en voorzien van alle comfort (bad, wc, telefoon, tv). Het personeel is vriendelijk, zonder zich op te dringen en de prijzen zijn uiterst schappelijk.

Op het ontbijt na, hebben we bijna al de maaltijden buiten het hotel genomen. Hierbij moet je soms wat gokken. Er zijn massa's eetgelegenheden. In het toeristische centrum riskeer je natuurlijk " aangepaste " tarieven te betalen, maar toch vonden we een goede uitzondering op deze regel. " Los Alcazares " is -hoe kan het anders- vlak bij het Alcázar gevestigd. Er wordt een smakelijke regionale keuken geserveerd. De eigenaars bedienen zelf hun gasten op een vriendelijke manier, die hun liefde voor het vak niet kan camoufleren. Geen haute cuisine, wel degelijke schotels aan betaalbare prijzen.

" Las Islas ", in de calle Arfe vlak bij ons hotel, zag er uiterst aanlokkelijk uit. Het werd ons zowel door de reisgidsen als door de wijkagent sterk aangeprezen, maar uiteindelijk viel men hier behoorlijk door de mand. Hoewel het eten voortreffelijk smaakte (naar mijn gevoel waren er iets te veel toegevingen gedaan aan de toeristen), bleef het bij dit éne bezoek. De bediening was overdreven stijf, het te talrijke personeel stond ons de hele tijd werkeloos en uit de hoogte in de gaten te houden en de prijzen waren niet bepaald democratisch.

Op de hoek van calle Castelar en calle Patronas hebben we de eerste avond gegeten : de prijs/ kwaliteit verhouding was goed en we kregen het vriendelijke gezelschap van een reuzenkakkerlak. Op de kaart stond niet vermeld, of die alleen in het weekend optrad.

Een trendy tapabar is in de calle Galera gevestigd. Het interieur is modern, de porties zijn behoorlijk en smakelijk-vindingrijk, de prijzen iets aan de hoge kant en het publiek nogal " chi-chi ".

" El Buzón " tenslotte, op de splitsing van Arfe en Toneleros, is duur en in de reisgidsen behoorlijk over het paard getild. Als je met 2 personen op het terras plaatsneemt en één van beiden bestelt een tapa, krijg je er steevast twee geserveerd (maar niet voor de prijs van één). En dit keer lag het niet aan de kwaliteit van ons Spaans !

5. Sevilla als uitvalsbasis.

De ligging van Sevilla leent zich goed voor uitstappen in de omgeving. Een auto huren is geen probleem, verhuurbureau's plenty en niet duur. De kust is niet veraf (ca. 60 km), met het natuurreservaat van de Doñana als trekpleister voor vogelliefhebbers. Zelf namen we de trein naar Córdoba. Je kan kiezen uit de regionale trein (1u45) of de hogesnelheidstrein (45 min). Het tweede is een stuk duurder, maar als je 's morgens al het uur van terugkomst kiest, heb je door de korting de opleg al voor een groot stuk terug. Bovendien win je twee uren uit waarin je je profijt kan opdoen.

Reisverhaal: Sevilla - Femistyle

Reisverhalen:

Vakantieverslag Side
Vakantieverslag Bodrum Juni 2008
Reisverslag Costa de La Luz 2007
Reisverslag Gran Canaria 2006
Venezuela
Citytrip Berlijn
Sevilla
In hospitaal in Caïro!
Drugskoerier tegen wil en dank.
Tenerif All-Inclusive
Reisverslag: Normandië
Wat moet je als vrouw in Iran?
Karperen in Tsjechië
No moleste,por favor
Grensposten in het Oostblok
Ski ervaringen
De niet-toeristische route van Tunesië
Nummer 76
Onze eerste reis samen
Dokter Ho
Fourieren
De eerste keer vliegen
Twee weken Mexico, een nachtmerrie.
Parijs, twee keer...
Spaanse vulling
Mijn onfortuinlijk reisverhaal
Tussenstop bij de Grieken
Geluk bij een ongeluk in skidorp Mayerhofen.
Wegenkaart?
Geen foto's
Agadir, Marokko
Egypte


Forum: Vakantie, trips en tips
Efteling of toverland Sevenum
Tigger
Gisteren om 23:20
Disneyland Parijs
executegirl
Gisteren om 13:20
Vraagje over metro van Parijs
omake
30/08/2010 15:44
Voor degenen die binnenkort naar de VS gaan...
Lientjeuhhh
29/08/2010 18:12
you can check out anytime you like but you can never leave
jessica1985
27/08/2010 15:51
Maastricht of Luik?
ringmus
20/08/2010 10:33
Citytrip in Polen
JulieC
19/08/2010 20:33
Vakantie december
Noenoe
17/08/2010 12:28
tussenstop rond lyon, op weg naar Salou
Zwartekat
14/08/2010 18:42
een maand niet naar school?
quiwiwi
12/08/2010 11:30
 


Wat zoek je:


 

Beauty | Bioscooptips | Carrière | Culinair | HoroscoopE-Cards | Elders op het web | Fashion | FemiStyle webmail | Forum | Gezondheid |
Logo's & ringtones | Mail uit de woestijn | Mama zijn | Mars/Venus | Nieuwsbrief | Opmerkelijk | Shopping | Spelletjes | TV zoekt jou | Vakantie | |

 

FemiStyle is een internet magazine, uitgegeven door Medussia bvba. © 2000 - 2010

Colofon - Reageren - Adverteren - Disclaimer - Privacy - Partners

FemiStyle en Français